Het verhaal van kerk en stad

Rond 1254 begint de bouw van de Stevenskerk en in 1272 is deze zover klaar dat ze gewijd wordt door Albertus Magnus, de hulpbisschop van Keulen. In de Heilig Grafkapel van de Kerk vind je nog een reliek van hem. Van de oorspronkelijk romaans-gotische kerk zijn de onderbouw van de toren en de meest westelijke traveeën van het schip over. In de eeuwen daarna wordt de kerk keer op keer verbouwd en vergroot. Sindsdien bepalen de Stevenskerk en de Stevenstoren het silhouet van Nijmegen.

Het verhaal van kerk en stad
Stevenstoren met Waalbrug

De toren

De toren met zijn uurwerk en klokken had een dubbele functie. Hij kondigde kerkdiensten aan en waakte over de veiligheid van de stad. Torenwachters speelden een belangrijke rol in tijden van brand of oorlogsgevaar. Op de grote klok zagen Nijmegenaren hoe laat het was. De Stevenstoren is nog altijd een stadstoren en het eigendom van de Gemeente Nijmegen.

Bovenin de toren hangen in een houten klokkenstoel zes luidklokken. De zwaarste en de oudste is de St. Catharinaklok. Deze weegt 3500 kg en werd gegoten in 1566. In de lantaarn, het hoogste opengewerkte deel van de toren, hangen de 48 klokken van het carillon. Het carillon kun je dagelijks horen en op gezette tijden kun je de beiaardier live horen spelen.

Kwartierhoofdstad van Gelre

Als kwartierhoofdstad van het Hertdogdom Gelre maakte Nijmegen in de 15e eeuw een ongekende bloeitijd door. Dit zie je goed terug in de Stevenskerk. Door de bouw van het koor en de straalkapellen kreeg de kerk een monumentale en kathedrale uitstraling. Hoe monumentaal de kerk is zie je als je Nijmegen vanuit het Noorden nadert en als je de kerk binnenkomt.

Monumentaal gotisch gewelf met houten kap in de Stevenskerk
Timpaan met beeldenstormschade in de Stevenskerk

Van katholiek naar protestant

Eind 16e eeuw kwam de kerk in de handen van de Protestanten. Veel van wat je nu ziet is het gevolg van een Beeldenstorm in 1591. Toen vernielden Protestanten heiligenbeelden en andere objecten van katholieke kerken. De kerk was tot de Beeldenstorm van de katholieken en hing vol met versierseltjes. De Protestanten hebben in de zestiende eeuw alles witgekalkt. Op bijna elke pilaar zat een altaar, die zijn toen allemaal verbrand op de Grote Markt. Op één uitzondering na zijn alle hoofden van de beelden in de kerk afgeslagen.

Oorlog en wederopbouw

De toren liep in het verleden vaak ernstige schade op door branden of oorlogshandelingen. Maar altijd volgde daarop weer de aanpak van een grondig herstel. Groot was de verwoesting na het bombardement van 1944. De Stevenstoren werd in 1953 als eerste herbouwd en dat is de toren die je vandaag de dag nog ziet en kunt beklimmen. De toren heeft een bakstenen romp van vijf verdiepingen en met een sierlijke bovendeel in renaissancestijl. Het Nijmeegse volkslied ‘Al mot ik krupe’ bezingt de toren. In 1969 vond de feestelijke heropening van de kerk plaats in het bijzijn van Prins Claus.

De Stevenskerk met oorlogsschade in 1944
Zicht op de Stevenskerk met nieuwbouw op Plein 1944

De Stevenskerk nu: levend erfgoed

Met meer dan 130.000 bezoekers per jaar is de Stevenskerk een prachtig voorbeeld van ‘levend erfgoed’. Of je nu puur voor het monument komt, voor een ogenblik van bezinning, voor een rondleiding, of voor een bezoek aan een concert, tentoonstelling, herdenking, feestelijke bijeenkomst of deelname aan de Walk of Wisdom, het gebouw zoals het er staat en met alles wat erin gebeurt, raakt je en creëert verbinding.