Orgels en kronen

Orgels

Unieke serie en een bijzondere klank
In de kerk vallen direct de prachtige kroonluchters met kaarsen op. Vier kronen met 30 armen en 10 kronen met 18 armen. Zij stammen uit 1640. De gilden hebben ze aan de kerk 'geschonken' in opdracht van de stad. Het stadsbestuur zelf kon de kroonluchters niet betalen en vond deze oplossing om de kerk toch van de gewenste verlichting te voorzien.

Heel bijzonder is het dat alle acht kroonluchters in het schip van de kerk in een serie door één kopersmederij gemaakt zijn. De Stevenskerk is waarschijlijk de enige kerk in Nederland waar een dergelijke serie ongeschonden bewaard is gebleven, in ieder geval wat het aantal en de grootte van kroonluchters betreft.
Bij de laatste restauratie van de kroonluchters (in 2007) is een deel takelbaar gemaakt.

Samen met de kroonluchters bepaalt het monumentale Königorgel voor een belangrijk deel het 'gezicht' van de Stevenskerk. Dit orgel is tussen 1774 en 1776 door Ludwig König gebouwd. Het is een van de weinige nog overgebleven orgels van zijn hand en staat bij organisten en liefhebbers bekend om zijn bijzondere klank.

In de kerk zijn nog drie kleinere orgels aanwezig: het Assendelft-orgel, het Ardennen-orgel en het Clerinx-orgel. Twee daarvan zijn net als het Königorgel rijksmonumenten.

www.nijmeegseorgelkring.org

 

König-orgel

Königorgel
Het monumentale Königorgel is een van de absolute hoogtepunten in het interieur van de Stevenskerk. Het instrument behoort zelfs tot de grootste en belangrijkste orgels van Nederland. Het werd van 1773 tot 1776 gebouwd door de Keulse orgelbouwer Ludwig König (1717–1789). Het orgel telt drie manualen en een pedaal, 54 registers en zo’n 3600 pijpen. Lange tijd had de kas een donkerbruine kleur, maar bij de laatste restauratie is het oorspronkelijke strogeel weer hersteld. Het orgel is versierd met beeldhouwwerk van Johan Keerbergen (Rotterdam): o.a. musicerende vrouwen en engelen, en het stadswapen van Nijmegen. De kas is ontworpen en gemaakt door Jan van der Hart uit Amsterdam. In de loop van de eeuwen vonden herhaaldelijk
onderhoudswerkzaamheden aan het instrument plaats, die echter niet altijd even vakkundig werden uitgevoerd. Bij het bombardement van 1944 raakte het orgel ernstig beschadigd, toen de toren instortte en gedeeltelijk op de kerk viel, en bovendien de kas en veel pijpen door bomscherven geraakt werden. De omvangrijke restauratie was in 1974 gereed, waarna in 1996 en 1998 nog intonatiecorrecties plaatsvonden. In de zomermaanden (juni t/m september) wordt het Königorgel bespeeld tijdens de wekelijkse concerten op dinsdagavond, georganiseerd door de Nijmeegse Orgelkring       www.nijmeegseorgelkring.org

Dispositie

Rugpositief (RP) Hoofdwerk (HW) Bovenwerk (BW) Pedaal (Ped)
Bourdon 16' Prestant 16' Quintadena 16' Principaal 16'
Prestant 8' Octaaf 8' Coppel 8' (prest.) Subbas 16'
Klein bourdon 8' Roergedekt 8' Wijdgedekt 8' Violonbas 16'
Flûte traverse D 8' Gemshoorn 8' Viola da gamba 8' Quintbas 12'
Octaaf 4' Quintgedekt 6' Octaaf 4' Octaafbas 8'
Flûte à bec 4' Octaaf 4' Quintfluit 1 1/2' Roerbas 8'
Quint 3' Roerfluit 4' Mixtuur 5 st. Quint 6'
Klein octaaf 2' Tertiaan 3 1/5' Nasard 2 st. Octaaf 4'
Flageolet 1' Superoctaaf 2' Cornet D 6 st. Bombarde 16'
Mixtuur 6 st. Fournituur 3 st. Superoctaaf B 2' Trompet 8'
Carillon D 3 st. Mixtuur 6 st. Carillon D 3 st. Clairon 4'
Trompet 8' Trompet B/D 16' Trompet B 4' Cornetbas 2'
Basson 8' Trompet 8' Hautbois D 8'
Vox humana 8' Vox angelica B 2'
Vox humana 8'

Echo D 8'

Koppelingen: HW–RP, HW–BW, Pedaal–HW, Pedaal–RP, tremulanten RP en BW.
De vulstemmen zijn als volgt samengesteld:

Fournituur HW

C: 1 1/3 1 1/2
c: 2 1 1/3 2/3
c1: 2 2/3 2 1
c2: 5 1/3 4 2
Mixtuur HW
C: 1 2/3 1/2 2/5 1/3 1/4
c: 2 1 1/3 1 4/5 2/3 1/2
c1: 2 2/3 2 1 3/5 1 1/3 1 2/3
c2: 5 1/3 4 3 1/5 2 2/3 2 1 1/3
Mixtuur RP
C: 1 2/3 1/2 2/5 1/3 1/4
c: 1 1/3 1 4/5 2/3 1/2 1/2
c1: 2 1 1/3 1 4/5 2/3 2/3
c2: 4 2 2/3 2 1 3/5 1 1
Carillon RP
c1: 4 1 3/5 1/2
Mixtuur BW
C: 1 2/3 1/2 2/5 1/3
c: 1 1/3 1 4/5 2/3 1/2
c1: 2 1 1/3 1 4/5 2/3
c2: 2 2/3 2 1 3/5 1 1/3 1
Nasard BW
C: 2 2/3 2
Cornet BW
c1: 8 5 1/3 3 1/5 2 2/3 2 1 3/5
Carillon BW
c1: 4 1 3/5 1

Toonhoogte a1 = 425 Hz
Temperatuur: evenredig zwevend
Omvang manuaal: C–f3
Omvang pedaal: C–d1
Windvoorziening: acht spaanbalgen met twee elektrische windmachines
Winddruk: 94 mm

Ardennen-orgel

Koororgel

Van de vier orgels die de Stevenskerk rijk is, is het koororgel het oudste. Het is te dateren in de tweede helft van de zeventiende eeuw, wellicht rond 1700. De bouwer is onbekend. Voordat de Nijmeegse kerkvoogdij het in 1965 aankocht, stond het in de St.-Quintinuskerk in Wommersom (Vlaams-Brabant); het wordt ook wel ‘Koor-orgel’ genoemd.

Het instrument is in 1974 door fa. Vermeulen uit Weert gerestaureerd. Hierbij werd het klavier aan de oorspronkelijke kant, d.w.z. de achterzijde, teruggeplaatst. In 1990 volgde een herstemming door fa. Vermeulen (middentoonstemming van acht reine tertsen). Hierdoor leent het orgel zich goed voor de uitvoering van oude muziek. Het pijpwerk is nog grotendeels oud; nieuw zijn de Tierce (discantgedeelte), Quinte B en Sesquialter D. Het orgel beschikt over een manuaal en een aangehangen pedaal. Beide klavieren werden vernieuwd naar voorbeelden in Hattem (pedaal van het koororgel aldaar) en in het Belgische Engsbergen (een van de manualen van het Verbueckenorgel).Het koororgel wordt regelmatig bespeeld in de concertserie van de Nijmeegse Orgelkring. www.nijmeegseorgelkring.org

De dispositie van het instrument is als volgt:

Bourdon 8'
Prestant 4'
Flûte 4'
Nasard 3'
Doublette 2'
Quarte de nasard 2'
Tierce 1 3/5'
Quinte B 1 1/2'
Fourniture 3 st.
Sesquialter D 2 st.
Cornet D 4 st.
Trompette 8'

De vulstemmen zijn als volgt samengesteld:

Fourniture
C: 1 2/3 1/2
c: 1 1/3 1 2/3
cis1: 2 2/3 2 1 1/3
cis2: 5 1/3 4 2 2/3
Sesquialter
cis1: 2 2/3 1 3/5
Cornet
cis1: 4 2 2/3 2 1 3/5

Toonhoogte a1 = ca. 435 Hz
Temperatuur: gemodificeerde middentoonstemming
Omvang manuaal: CDEFGABHc–c3, kort octaaf
Omvang aangehangen pedaal: CDEFGABHc–a
Windvoorziening: twee kleine spaanbalgen (windlade gerestaureerd)
Winddruk: 95 mm

Assendelftorgel

Assendelftorgel
Het orgel in de Zuiderkapel dateert evenals het grote Königorgel uit de achttiende eeuw. Het werd rond 1750 vervaardigd door de Nederlandse orgelbouwer Pieter Assendelft (1714–1766). Het is afkomstig uit kasteel Brakel en stond vanaf 1867 in de Nederlandse Hervormde kerk in Ommeren—dit verklaart de naam ‘Ommeren-orgel’, die gebruikt werd voordat bekend werd wie de maker was. In de eindfase van de restauratie van de Stevenskerk kwam het naar zijn huidige plaats (ca. 1968). Van het originele instrument zijn de frontpijpen afkomstig, evenals een deel van de binnenpijpen. De windlade is niet oorspronkelijk. Het instrument beschikt over één manuaal (zonder pedaal) met in totaal vijf stemmen.

Dispositie
Holpijp 8'
Prestant D 8' (begint op c1)
Prestant 4'
Fluit 4'
Octaaf 2'


Toonhoogte: a1 = 435 Hz
Temperatuur: evenredig zwevend
Omvang manuaal: C–c3
Windvoorziening: magazijnbalg
Winddruk: 58 mm

 

Clerinxorgel

Clerinxorgel
Boven de ingang van de noorderkapel staat sinds 1968 een orgel van de Belgische orgelmaker Arnold Clerinx (1816–1898), dat dateert uit 1848. Het werd gebouwd voor een kerk in Beverst (België). De kast, het mechaniek en de frontpijpen stammen van het originele instrument. De rest is aangevuld door orgelbouwer Verschueren uit Heythuysen, die het orgel in 1988 restaureerde. Opvallend zijn de engel met de gitaar en de beide vlampotten: deze versieringen verlevendigen het nogal sobere orgel enigszins. Het instrument heeft twee manualen en een aangehangen pedaal. Het bezit in totaal elf stemmen, zoals blijkt uit de navolgende opgave van de dispositie:

Manuaal I
Prestant 8'
Roerfluit 8'
Prestant 4'
Octaaf 2'
Mixtuur 3 st.
Cornet D 3 st.
Trompet B/D 8'

          Manuaal II
           Bourdon 8'
           Fluit 4'
           Nasard 2 2/3'
           Sesquialter D 2 st.

          Pedaal
          Aangehangen aan hoofdwerk

De samenstelling van de vulstemmen:

Mixtuur

C: 1 2/3 1/2
c: 1 1/3 1 2/3
c1: 2 1 1/3 1
c2: 2 2/3 2 1 1/3
Cornet
cis1: 4 2 2/3 2
Sesquialter
cis1: 2 2/3 1 3/5

Manuaalomvang: C–g3
Pedaalomvang: C–d1
Toonhoogte a1: 435 Hz
Temperatuur: evenredig zwevend
Windvoorziening: magazijnbalg
Winddruk: 65 mm